Elisabeth Dinnissen, Trappistin en Roshi

Elisabeth Dinnissen, Trappistin en Roshi 

Door Marja de Groote en Elsbeth Wolf

Wie waren die vrouwen eigenlijk aan wie Ton transmissie heeft gegeven in de beginjaren van 2000? Het was een vraag die ons sinds de zomer van 2018 hardnekkig bezighield. Elisabeth Dinnissen was de eerste dharma-opvolger van Ton. In 2002 ontving zij transmissie. Er werd regelmatig over haar gesproken als ‘een oudere zuster’.

We wisten niets van haar en gingen op onderzoek uit. Een schat aan informatie hebben we opgedolven. Een aantal prachtige boekjes heeft ze het licht doen zien. Wegen naar helende aandacht: zazen en beschouwing durven we zelfs te vergelijken met ‘Zen mind beginners mind’ van Shunryu Suzuki. Beide hebben de puurheid en frisheid met elkaar gemeen. Beide boeken gaan heel basaal over essentiële aspecten van de beoefening (lichaam en geest) en zijn tegelijk – ook voor de gevorderde zenstudent – van grote waarde door diepgang en helderheid.

Tegelijk zo anders, omdat Elisabeth haar op de cisterciënzers gebaseerde contemplatieve beoefening naast de zenbeoefening legt. Het boek bleek inmiddels alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Contact met uitgever De Witte Ridders resulteerde in een eenmalige herdruk. Zo blijft het gedachtengoed van Elisabeth Dinnissen hopen wij, voor nieuwe generaties beschikbaar. Er zijn zelfs plannen om de drie boeken in één uitgave in herdruk te nemen, al verkeren die nog in een pril stadium.

Op zoek naar biografische gegevens belden we met het klooster Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord. Daar bleek, tot onze vreugde dat zuster Elisabeth, inmiddels 91 jaar, tot de sterken behoort. Door de telefoon klonk zij monter en opgewekt en een afspraak om elkaar te ontmoeten was snel gemaakt. Die ontmoetingen met haar in september en december 2018, waren een feest.

Een korte introductie van haar Zenweg: via de geschriften van onder meer Teilhard de Chardin en Thomas Merton kwam zij in 1973 in contact met pater Hugo Enomiya Lasalle, één van de Dharma opvolgers van Yamada Koun Roshi (onder meer bekend als auteur van commentaar op de Mumonkan). Lasalle nodigde haar uit om naar Dietfurt in Beieren te komen waar hij regelmatig sesshins leidde. Hier werkte zuster Elisabeth intensief aan haar zentraining en later werd zij de assistent van pater Lasalle en kreeg permissie om zelf zenretraites te begeleiden. Als leerling van Lasalle heeft zuster Elisabeth boeken van hem vertaald in het Nederlands en overgedragen wat zij van hem heeft geleerd. In Nederland was Dinnissen aanwezig bij de eerste sesshins die in de jaren 70 gehouden werden in de Tiltenberg en in de Abdij Maria Toevlucht in Zundert. Ze ontmoette er naast Ton en Mimi Marechal vele andere zenpioniers. Zuster Elisabeth is haar religieuze gemeenschap de trappistinnen altijd trouw gebleven, maar de zenmeditatie heeft haar godsbeeld danig veranderd en verdiept. Zij zei daarover ‘het is voor mij nu als een oneindige, levende leegte. Je zwemt erin, open en vrij’. Bij haar officiële autorisatie in onze Chinese Lin Chi Ch’an traditie kreeg zij dan ook naam ‘Licht van openheid en vrijheid’.[i]

Hieronder volgt een impressie van onze bezoeken aan deze bijzondere zuster waarbij we haar zoveel mogelijk zelf aan het woord laten. Haar authentieke uitdrukkingen zijn praktisch en helder en bevatten een enorme diepte en humor! We vullen haar verhaal af en toe aan met feitelijke gegevens.

Ontmoeting met zuster Elisabeth Dinnissen

Ieder jaar op de eerste zaterdag in september wordt de Slag om Arnhem (1944) herdacht met een wandeltocht in Oosterbeek en omgeving. Ons bezoek aan zuster Elisabeth viel precies op de dag van de Airborne Wandeltocht. Wereldwijd de grootste herdenkings- wandeltocht die er is waar zo’n 30.000 mensen aan meedoen! Om de zuster te bereiken moeten wij fors (met toestemming) in overtreding via een voetpad door dit landelijke gebied rijden om uiteindelijk uit te komen bij het Missiehuis Vrijland. In dit verzorgingshuis woont zuster Dinnissen samen met enkele medezusters, missiezusters en rustende Mill Hill missionarissen. Het verzorgingshuis ligt op loopafstand van het klooster Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord, dat in 2009 omwille van de stilte, van Berkel-Enschot naar Arnhem verhuisde. Het cisterciënzer klooster Abdij Koningsoord is een contemplatieve orde die een grote nadruk legt op stilte en gebed.

We treffen zuster Elisabeth aan in een kamer waarvan de gordijnen vanwege oogproblemen grotendeels zijn gesloten. Het is er een gezellige wanorde, met overal stapels boeken en papieren. De boekenkasten zijn gevuld met naslagwerken, zoals het meerdelige werk over de geschiedenis van het zenboeddhisme van Heinrich Dumoulin, en boeken over zen-meditatie. In de kamer meerdere iconen, met een prominente plaats voor de icoon van de Moeder Gods, de Vladimirskaja. Zuster Elisabeth ontvangt ons allerhartelijkst. De sfeer is onmiddellijk gemoedelijk niet in het minst door haar sappige zinsneden in Gelders/Brabantse tongval.

Ze vertelt dat ze met zenmeditatie in aanraking kwam door de boeken van pater Lasalle (1898-1990), waarvan in het tijdschrift Kovel recensies waren verschenen. Meteen vroeg ze haar familie de boeken voor haar te kopen: “Daar moet ik bij zijn”, dacht ze: “Ik wist het meteen. De dingen in het leven komen naar je toe, maar dan moet je wel toehappen.” Met instemming van de abdis van het klooster nam ze vanaf 1970 deel aan de sesshins van Lasalle in de Tiltenberg. “Dan schreef ik me snel in als ie weer kwam.” Het contact met Lasalle was meteen goed en al snel correspondeerde ze met hem. Door bezoek aan de Tiltenberg en Zundert en door haar verblijf in Duitsland ontmoette zij pioniers van het zenboeddhisme in Nederland, Mimi Marechal, Jeroen Witkam, Ton Lathouwers, Chris Smoorenburg, Nico Tydeman, Cathérine Genno Pages, Willigis Jäger en vele anderen.

Het Franciscaner klooster in Dietfurt (nabij München, Beieren) was in 1977 het eerste christelijke klooster in Duitsland met een meditatiehuis. Lasalle, door zijn orde naar Japan gezonden, kwam jaarlijks een aantal maanden met verlof naar Duitsland. Hij leidde dan drie of vier sesshins achter elkaar. Gedurende langere tijd, voornamelijk in de jaren tachtig kreeg Elisabeth Dinnissen toestemming van haar abdis om in Dietfort te wonen en te werken. Zij werd de rechterhand van Lasalle, had er een baan als manusje van alles, zoals zij zelf zegt, zorgde voor de gasten en was intermediair tussen Lasalle en de deelnemers van de sesshins. Ze volgde het programma zoveel als mogelijk zodra ze zich vrij kon maken van het werk. Na een tijd vroeg Lasalle haar om les te gaan geven. “Het is heel leerzaam als je het moet doorgeven, je moet dan nog beter opletten en studeren. Dan wordt het voor jezelf nog ernstiger.” Door de gelofte van armoede was het niet gebruikelijk om zelf boeken in bezit te hebben, maar voor haar werd een uitzondering gemaakt, waar ze veel vreugde aan heeft beleefd. “Ik ben een studiebeest! Als je het doorgeeft moet je studeren en als het kan, raad vragen aan zenmeesters die je tegenkomt.”

In het klooster in Berkel-Enschot begeleidde ze meditatiegroepen. Ze hield een ‘praatje’ gevolgd door twee maal een half uur mediteren onderbroken door kinhin. Ook in de Slangenburg te Doetichem en op andere locaties leidde zuster Elisabeth sesshins, totdat het vanwege haar gezondheid niet meer mogelijk was. Haar inleidende praatjes zijn gebundeld en in 2008 uitgegeven onder de titel Brugjes naar de diepte. Deze praatjes ‘zijn bedoeld als een soort overgang van buiten naar binnen, van beweging naar rust, van verstrooidheid naar aandacht, om zo onze ware diepte met zijn onvermoede mogelijkheden op het spoor te komen en te activeren’. Haar eerste boek was in 2002 uitgekomen: Wegen naar helende aandacht: zazen en beschouwing. Het onderricht van Hugo Enomiya Lasalle nader uitgewerkt. Ton schreef er een voorwoord bij. Dit boek beleefde vier herdrukken en werd in 2011 opnieuw uitgegeven! In 2013 verscheen: Wegen naar innerlijkheid. Elisabeth Dinnissen vertaalde meerdere boeken van Lasalle uit het Duits.

Over meditatie

Over meditatie en wat het betekent voor haar spreekt ze op een luchtige simpele manier en tegelijkertijd met veel diepte en humor! Zij zegt: “we moeten het niet moeilijker maken dan het is. Als je naar binnen gaat is het daar een druk huishouden, alles op de schapjes moet opgeruimd worden. En dan stil worden. Ik bid dan kleine zinnetjes zoals ‘leef in mij’. Daar kun je in rusten en nu ik een oud mens ben geworden doe ik dat graag: rusten”. Ze vervolgt: “Het is heel moeilijk zonder gedachten te zijn. Al snel merk je dat je geweldig zit te dromen en dat is dan de beoefening: dat je je er op betrapt. Het is niet zo dat je het in één keer kunt. Dat stil worden komt maar af en toe voor. Het was voor mij heel inspirerend dat Lasalle altijd meezat. Dan lukte het bij mij helemaal niet en dan zag ik die man daar zitten. En dan dacht ik.. doorgaan…”

Over de houding en het zitten in stille meditatie: “Het lichaam moet eerst stil zijn, dan heb je er geen last meer van. Je voelt je lichaam nauwelijks. Als je recht zit, kan de adem helemaal naar beneden tot diep in de buik. Dan gaat de geest mee en wordt stil. Op den duur kruipt het in je. Van binnen rustig worden dat is de kern. Stilte en aandacht voor de adem die gericht moet worden anders loopt-ie weg. Waar is de adem? Die zit overal behalve bij jou. Ik denk niks. Ik ga alleen kijken waar die adem is. Het belangrijkste is dat je zelf stil wordt en een kracht voelt die in jezelf aan de gang is. Je weet dat er iets is, een holletje binnen in je, ik ga daar naar toe. Je richt je geloof op die innerlijke aanwezigheid. Ik kom ergens vandaan, we krijgen het leven. Er zit iets in ons dat niet van ons komt. Waar komt dat vandaan en waar moet ik naartoe?” Ze vervolgt: “En al dat lijden en die ellende, we begrijpen er niks van. Door zen gaan we het niet begrijpen, maar we beginnen het te aanvaarden dat het er is. Waarheid in de werkelijkheid”.

In ons zelf moet zich iets ontplooien waar we zelf niet bij kunnen komen. Aandacht is de kern. Je bent ergens en dat is binnen in jezelf. Dat binnen ga je waarnemen; het zit overal. Dan ga je niet meer zo piekeren over de zin van alles. We zijn er en er is iets dat in mijzelf groeit. We dragen iets in ons dat wij moeten ontwikkelen! Dagelijks mediteren, iedere dag een beetje scheppen, want er moet een kuiltje komen. Die innerlijke ruimte moet groeien. Dat is het werk dat gedaan moet worden. Van binnen rustig worden is de kern van het contemplatieve leven. Het begint een plaats in te nemen in je leven. Dat drukke verdwijnt dan. Aangeleerde weetjes moet je weer loslaten. Gewoon stil worden. Daar is de hele entourage tijdens sesshin op ingesteld zodat er niets anders te doen is; dat je niet zit als een kip. Je richt je geloof op die innerlijke aanwezigheid/stilte als een gebedsmoment. Diep ademen – adem is het leven- daar is iets en daar moet ik naar toe, daar kom ik vandaan.”

Ze geeft nog wat praktische adviezen: “Het is belangrijk om me regelmaat te zitten. Dagelijks en liefst op een vaste tijd. Te hooi en te gras is te weinig, dan ben je net een springend konijntje. Je moet jezelf vergeten en niet met een doel mediteren. Alleen eventjes op een innerlijke plaats zoeken. Zo doe ik het nog steeds. Alleen nu ben ik ziek en uit de maat. En dat is vervelend maar nu moet ik ziek zijn.”

Christendom en Zen

“In ons klooster hebben we officie bidden en stille gebedstijden. Er was een kleed op de grond gelegd, dan kon er gemediteerd worden. Een paar zusters deden mee. Ik hoefde dan niet weg te gaan. Zo kon ik dat integreren in de Christelijke traditie. In ons klooster wordt een stukje gelezen om over na te denken en dan stil te worden. Dat is contemplatief gebed, maar zen gaat verder. Dat getijdenboekje kan je zelfs wegleggen. Alleen maar stil worden. Mediteren doet je echt goed en wat goed is voor jou, is goed voor iedereen. Dan moet je ermee doorgaan. Dat is voldoende, meer is niet nodig. Je gaat anders denken en ook niet-denken. Er begint iets te rommelen in je eigen wezen. Je ontwikkelt een dieper gevoel voor wat waardevol is in de godsdienst. Door de zenmeditatie kom je bij een diepere laag. Het is een genade als het je overkomt, je godsbeeld verandert, wordt breder en  verdiept. Er groeit een innerlijke ruimte. En dan zegt mijn geloof, want voor mij komt het geloof erbij, daar is het.”

Lichaam en geest: “Leegmaken van de geest is ook goed voor het lichaam. Want de geest is een onruststoker. Het werkt door na de oefening. Als je een poos alleen bent dat komt het ook in je op soms. Ineens word je je bewust dat god in ons is en dat door de dag heen. Je neemt het mee en af en toe komt het om de hoek kijken. ‘Diep ademhalen’ en dan denk ik ‘ja het is er’, ‘leef in mij’, ‘maak me wakker’: even roeren in de pan, jezelf een beetje helpen. Een beetje wroeten is altijd goed. Waarom ben ik er in godsnaam? Dan wordt je stil. Zo wordt het uitgediept en is het vanzelfsprekend geworden. Als ik dit niet had zou mijn leven er anders uitzien. Dit is de weg van de contemplatie en de mystici. De verplichte gebeden krijgen nu meer lading. Je wordt wakker van binnen. Maar je moet het dagelijks doen!

Aan de muur bij zuster Elisabeth hangt een mooie grote foto van KuanYin met daaronder het transmissiedocument uit 2002 van Ton. Haar dharma naam ‘Licht van openheid en vrijheid’ kreeg ze van Ton, die ze op allerlei plaatsen ontmoette: in de Tiltenberg maar ook in Zundert en in Dietfurt en ook buiten de sesshins om. “We spraken met elkaar en toen dacht ik ‘we zitten op dezelfde lijn’.”

Ter afsluiting van ons bezoek mediteren we samen in een kleine kring. En als vanzelf, geeft de zuster aanwijzingen voor de houding. “Eerst het lichaam in de goede stand zetten. Ons lichaam is als een instrument dat eerst gestemd moet worden voor het bespeeld kan worden, de geest erin kan rusten. Rug recht, kin ietsjes intrekken, ogen geloken zodat je niet gaat dwalen met de ogen. Goed naar de adem kijken. Adem een paar keer diep in en adem dan als vanzelf verder. Je hoeft er geen moeite voor te doen. Meegaan met de uitademing die eindigt onder in de buik. Heel diep in een holletje. Goed kijken naar die uitademing: waar blijft-ie? Na het uitademen zet de buik als vanzelf weer uit, als het goed is. Af en toe controleren of je nog recht zit. Ook de stand van je hoofd moet recht zijn.” Na een kwartier zitten in stilte: “en als we er dan mee willen uitscheien, nog een keer diep ademhalen en dan langzaam uitademen en kijken, waar blijft die adem, die gaat helemaal door je lichaam. Nog een keertje in- en uitademen en dan scheien we d’r mee uit. Ontspannen zuchten… AMEN.” (gelach).

“Dat hebben we weer gehad. Alle beetjes helpen en soms moet je het van beetjes hebben. Je hebt niet altijd een half uur of een uur. Je moet er mee spelen. Al is het maar vijf minuten, maar je moet er eventjes voor gaan zitten. De ademhaling doet het wonder. Je voelt dat je iets te pakken hebt wat lang niet is begrepen. Langzaam wordt het een gewoonte. Telkens kom je bij de bron waar je slokjes kunt drinken. Dat wens ik jullie toe dat jullie slokjes drinken. Het leven is mysterie. Het zit in ons.” Tenslotte signeert ze haar drie boeken.

[i] Voorwoord Ton Lathouwers (2002) in Wegen naar helende aandacht Zazen en beschouwing. Het onderricht van Hugo Enomiya Lasalle nader uitgewerkt. Herdruk Amsterdam De Witte Ridders, 2011

3 reacties op Elisabeth Dinnissen, Trappistin en Roshi 

  1. Paul de Jager 14 januari 2019 op 14:55 #

    Zr. Dinnissen komt ook uitgebreid aan het woord (net als Ton trouwens) in mijn onlangs verschenen boek Zenpioniers, over de eerste kloosterlingen die in de jaren zestig aan zenmeditatie gingen doen.

  2. Hilde Koolen 14 januari 2019 op 17:02 #

    Wat een prachtig interview; dank hiervoor.

  3. Anneke 16 januari 2019 op 08:44 #

    Heel mooi, een inspirerend mens en inspirerend interview. Zulke mensen geven het licht weer door, zo nodig voor ons allemaal Dank!

Geef een reactie

Deze site is een coproductie van Jo Ampe en WebZenz.